Door: Wim Reubsaet,  10-03-2021
Pyromaan of toch toeval?

In het verhaal van de limonadefabriek van Lei Moulen wordt gesproken over een brand die de fabriek in de as legde. Nader onderzoek levert echter veel meer bijzonderheden op dan in dat artikel worden vermeld.

De brand in de limonadefabriek was onderdeel van een veel grotere brand.
Die brand ontstond op 30 juli 1935 in de boerderij van Janssen naast de limonadefabriek. De boerderij inclusief het woonhuis werd volledig in de as gelegd. Voor de veiligheid werden de nog opgaande muren gesloopt om instortingsgevaar te voorkomen. De brand was overgeslagen naar de fabriek van Leo Moulen. De fabriek en de apparatuur ging verloren. De auto's van Moulen konden op tijd naar buiten worden gereden. De buren hielpen om de huisraad van de drie panden veilig te stellen. De scouting van Welten die op de rookpluim was afgekomen bood de helpende hand. Gelukkig bleven het woonhuizen van Leo Moulen en boer Visschers gespaard. De huisraad kon aan het einde van de dag weer naar binnen worden gebracht. De boerderij van Visschers, links van de fabriek ging wel volledig in vlammen op. De brandweer van Heerlen assisteerde de vrijwillige brandweer van Voerendaal, die de grote brand met het beperkte materieel alleen niet aankon. De brand maakte natuurlijk diepe indruk op de inwoners van Kunrade, die in grote getale aanwezig waren. Misschien stond daar wel een figuur tussen die hier wel een kick van kreeg. Was die figuur misschien ook verantwoordelijk voor deze brand?

Hoeve I gen Tesch

Twintig dagen later, op 19 augustus 1935 brak er weer brand uit. Nu in een schuur van de hoeve
'I gen Tesch', schuin tegenover de limonadefabriek. Bij deze brand kwamen enkele varkens om. Sommigen direct door de brand, anderen waren zwaar gewond en werden uit hun lijden verlost. Een paar varkens overleefden de brand en hadden lichte brandwonden. De oogst die in de schuur was opgeslagen ging geheel verloren. Het huis bleef, door kordaat optreden van de Voerendaalse brandweer ternauwernood gespaard. De boerderij was eigendom van de weduwe Lipperts (uit Hoensbroek) en werd gepacht door boer Kerckhofs. Het rechter deel van de boerderij draagt nog de zichtbare sporen van herbouw. Op het moment van de uitbraak om half negen in de ochtend, was de boerderij verlaten. Iedereen was op het veld druk bezig met de oogst. Pas na deze brand kwam het vermoeden van kwaadwillige brandstichting.

Dat vermoeden van brandstichting werd welhaast bevestigd door een derde brand. Nog geen maand later, op 14 september 1935 was het weer raak. Nu brandde er enkele stromijten af bij de hoeve van Van Laar. Deze brand ontstond in de nacht. De brandweer was er vlug bij en kon het beperken tot die stromijten. De omgeving moet behoorlijk verontrust zijn geweest. Drie branden in zo een korte tijd kon geen toeval zijn. Hier had een pyromaan de hand in. De autoriteiten deden dan ook onderzoek naar brandstichting.

Een vierde brand ontstond 16 dagen later om 2 uur 's nachts op 30 september 1935. In een boerderij van de familie Schoenmakers aan de Valkenburgerweg. Het pand stond leeg en ging geheel in vlammen op. De brandweer moest zich beperken tot het nat houden van naastgelegen gebouwen.

In twee maanden vier branden dat kan geen toeval zijn. Dat vermoedden de autoriteiten ook al bij de tweede brand. Dat vermoeden werd bevestigd door de twee daarop volgende branden. Een diepgaand onderzoek zou worden ingesteld.
Helaas zijn de resultaten van dit onderzoek niet in de kranten te vinden en blijft het voor ons (voorlopig) gissen waardoor deze branden zijn ontstaan.

Reageer









Krantenartikelen over deze branden