Door: Wim Reubsaet,  29 mei 2014
Kring Hoensbroek

Je zag het al meteen, als je 's morgens het schoolplein op liep. Daar stond ie weer, de bus!
De bus waar naar mijn idee elke leerling een hekel aan had. Er was geen ontkomen aan, iedereen kwam aan de beurt, of je wilde of niet.
Met angst en beven ging je de klas in. Wordt het vandaag, misschien morgen of overmorgen, het was onafwenbaar.
Als de deur van de klas openging, dan even die extra hartklop en daarna weer gerust als er niets aan de hand was. Maar het moment kwam. De deur van de klas ging open en daar stond ze dan, de assistente met de kaarten in de hand. Ze las de namen op van de "slachtoffers" voor dat moment. Een zucht van verlichting als jouw naam niet werd opgelezen, maar het was uitstel van executie. Opeens werd ook jouw naam opgelezen en gedwee volgde je de assisstente terwijl elke vezel in je zich trachte te verzetten, maar je wist, het was onafwendbaar en je schikte je in je lot. Als een gewillig lam dat naar de slachtbank gaat liep je langzaam naar de bus.
Daar zat je dan met drie of vier klasgenootjes op het bankje achter in de bus, stoere praat verkopen en je angst onderdrukken. Dan was het zover, je naam werd afgeroepen en je nam met enorme tegenzin plaats op de stoel met de aangstaanjagende apparatuur boven je.
De schooltandarts boog zich over je en keek met interesse in je wijd opengesperde mond. Je hoopte maar dat het daarbij bleef, maar dat was ijdele hoop. De tandarts gaf enkele vaktechnische termen aan zijn assistente door, die dat netjes noteerde op je kaart en hij pakte zijn voornaamste en meest angstaanjagende instrument... de boor.
Je zette je schrap en daar begon de kwelling, boren, boren en nog een keer boren. De pijn van het gloeiend hete boortje, van waterkoeling was toen nog geen sprake. De tandarts moest af en toe van boortje wisselen om te voorkomen dat het te heet werd. Je kiezen, die kon je niet wisselen en de pijn bleef aanhouden. Als je uit de stoel kwam was je geradbraakt, maar opgelucht dat de kwelling voorbij was. De pijn bleef zeuren en ook je kaken deden pijn van het langdurig wijd opensperren van je mond.

In niets is dit meer te vergelijken met de huidige technieken die de tandarts in zijn goed ingerichte praktijk nu op zijn patienten toepast.
De schooltandarts, in mijn ogen een instituut voor opleiding van tandartsen. Lekker oefenen op hulpeloze kinderen. Boren en vullen van gezonde kindertanden en kiezen.
Ik hoor het mijn huidige tandarts weer zeggen: "ik snap niet dat jij zoveel vullingen hebt, je hebt een gebit als een paard".
Ik snap het wel. Wij waren de generatie jongens die voor de "Koel" bestemd waren. Een goed gebit hadden die jongens toch niet nodig. Het was in die tijd gewoon dat je rond je veertigste begon te denken aan een kunstgebit. Alle oudere familieleden uit mijn familie hadden voor hun vijftigste jaar een kunstgebit, mannen en vrouwen.

Kring Hoensbroek, zo werd de organisatie schooltandartsen genoemd. Wij noemde het om begrijpelijke redenen "Kreng" Hoensbroek.
Jarenlang heb ik angst gehad voor een tandarts, pas op mijn 36ste jaar kwam ik een tandarts tegen waar ik nog steeds met "plezier" naar toe ga.
Mondzorg is voor mij nu net zo gewoon en ontspannen als naar de kapper gaan.

Reageer





De bus.


Of de vorm van de bus er zo uitzag weet ik niet meer, de kleur herinner ik me wel, mintgroen van boven en iets donkerder groen aan de onderkant.


De stoel


De gruwel van elke babyboomer.