Door: Wim Reubsaet,  13-7-2017
Het Freuleshoes

In 1789 werd aan de Dorpsstraat, het huidige Kerkplein, gestart met de bouw van een huis dat later bekend zal staan onder de namen Het Freuleshoes, het juffertjeshuis en de kazerne.
De huidige toestand verhult veel van de grandeur die dit huis in het begin van de 19e eeuw moet hebben gehad. Toch zien we aan de grootte van dit gebouw dat dit niet zomaar een woonhuis was. Hoewel groot genoeg voor een flink gezin of zelfs twee gezinnen was het bestemd voor een alleenstaande dame en haar personeel.
De dame in kwestie is Anna Maria barones van Elmpt, de laatste Voerendaalse nazaat van het adelijke geslacht Van Elmpt. Door haar ongehuwde status werd ze aangesproken met freule.

De eerste generatie Van Elmpt kwam in Voerendaal door het huwelijk in 1666 van Anna Maria van Dammerscheidt, van kasteel Dammerscheidt en jonker Willem van Elmpt, een oud adellijk geslacht afkomstig van het hertogdom Gelre. uit dit huwelijk werden 9 kinderen geboren, een jongen en acht meisjes, de tweede generatie.
De jongen, Caspar van Elmpt huwde op 15 augustus 1716 met Agnetha Sibylla van Sussekern. Uit dit huwelijk kwamen zeven kinderen waarvan n meisje, Anna Maria van Elmpt, de freule van dit verhaal, de derde generatie van Elmpt.

Haar vader overleed begin 1731 toen ze 13 jaar oud was. Haar moeder verloor ze toen ze bijna twintig was in 1737. Haar jongste broertje overleed waarschijnlijk vrij jong, omdat we in de archieven na zijn geboorte in 1730 niets meer over hem terug vinden. Anna Maria van Elmpt had als twintigjarige nu de zorg over vijf minderjarige broers en of dit nog niet alles was, bleken er ook nog behoorlijk wat openstaande schulden te zijn. Al in de eerste generatie Van Elmpt was duidelijk dat het er financieel niet best uitzag. In de derde generatie werd dit pijnlijk duidelijk. De freule bewoonde in die tijd het nu verdwenen kasteel Dammerscheidt. Ze deed haar uiterste best om haar jongere broers een goede start te geven in het leven. Drie broers maakte carrierre en hadden een vooraanstaande positie in buitenlandse krijgstdienst. Een andere broer blijkt een jongen te zijn met bijzondere zorg en de oudste broer Johan Willem verblijft lange tijd in het buitenland, maar keerde terug naar Voerendaal en ging weer op het kasteel wonen. Het was geen makkelijke man. Hij claimde als oudste zoon het eigendomsrecht van het landgoed en het kasteel. De freule die het kasteel als haar woonstee zag en ook al geld had gestoken in het onderhoud, was het niet eens met de claim van haar broer, maar moest accepteren dat hij met zijn echtgenote zijn intrek nam in het kasteel. Er werd niet niet veel meer aan het onderhoud gedaan en op den duur werd het kasteel onbewoonbaar. Enkele ruimten boden nog onderdak aan de bewoners waaronder zelfs de pachter omdat de pachthoeve al onbewoonbaar was. Alle andere ruimten waren tochtig en vochtig door kapotte ramen en lekkages van het dak. Na het overlijden van Johan Willem in 1752 zette zijn echtgenote de destructieve activiteiten van haar man voort, erger nog zij verkocht delen van het kasteel, stenen en hout als bouwmaterialen om aan geld te komen. In 1753 verklaren de freule en haar broer Karel Jozef van Elmpt alsmede enkele getuigen uit het dorp dat het huis volledig verwoest is en onbewoonbaar. Met behulp van haar broer Karel Jozef zette de freule haar schoonzus buiten de deur en kwam ze er ook niet meer in.

De freule verliet uiteindelijk het kasteel en woonde in op diverse adressen in en rond Voerendaal waaronder het Kunderhoes.
In 1789 liet zij een huis bouwen ten oosten van de kerk. Omdat voor het perceel een drinkplaats was voor het vee, vroeg en kreeg zij toestemming om haar huis niet pal aan de straat te bouwen. Hierdoor ontstond er een voortuin die zij in eeuwigdurende pacht van de gemeente kon gebruiken. In 1791 betrok zij haar nieuwe woning.
Naar men zegt zouden er voor de bouw van deze woning materialen zijn gebruikt afkomstig van het oude kasteel Dammerscheidt. Er is sprake van de trap en enkele deuren, of dit werkelijk zo is valt niet te achterhalen. In 1809 overleed de freule in Voerendaal. Haar huis werd volgens haar testament vererft aan enkele neven en nichten van haar broers Karl Jozef van Elmpt en Johan Martin van Elmpt. De nog resterende goederen van het landgoed Dammerscheidt werden verkocht aan Johan Cornelis van Panhuys die deze goederen voegde bij het landgoed van zijn kasteel Haeren.
Hierdoor kwam er een einde aan het geslacht Van Elmpt in Voerendaal.

Het huis heeft in de negentiende eeuw nog dienst gedaan als militaire verblijfplaats, vandaar misschien de benaming "kazerne", hoewel deze benaming ook wel wordt toegekend aan huizen waar veel mensen een tijdlijke huisvesting vinden, zoals we ook zien bij het nu afgebroken pand aan de Minghof vlak bij de plaats waar ooit het kasteel "Kunderhoes" stond. (foto rechts)

In het begin van de twintigste eeuw werd het freuleshoes bewoond door ene Boumans. Deze vond bij werkzaamheden in het huis het keurig geschilderde oude familiewapen van de familie Van Elmpt. In de dertiger jaren van de vorige eeuw werd het huis gekocht en bewoond door Peter Neukirchen die daar met zijn vrouw Frieda Verspaget en kinderen verbleef. In die tijd veranderde er veel aan het uiterlijk van het huis. Twee ramen rechts naast de voordeur werden dichtgemaakt, (de contouren zijn nu nog zichtbaar in het pleisterwerk), De deur werd versmald tot een voor die tijd standaardbreedte en de beide ramen aan de linkerkant van de voordeur werden vervangen door een breed raam volgens de moderne normen van de zestiger jaren. Wat er aan de binnenkant allemaal is verbouwd weten we niet, maar in ieder geval werd het pand voorzien van een moderne keuken en badkamer. Frieda Neukirchen-Verspaget is de laatste bewoner van het huis en overleed in 2006, sindsdien staat het te koop.

Juli 2018 kwam het bericht dat het Freuleshoes is verkocht aan een particulier. Er is weer hoop dat het uiteindelijk toch nog goed komt, zeker nu we weten wie de koper is.

[bron: Historische reeks Parkstad Limburg | 10, Dammerscheidt, over de neergang van een kasteel en de lotgevallen van zijn bewoners, door Frans Gerards]
Reageer



Familie van Elmpt


Op de foto: Haus Elmpt, het kasteel van de heren van Elmpt, waarvan de geschiedenis tot de 12e eeuw teruggaat. Aanvankelijk een burcht, en later de zetel van de heren van Elmpt, met traptoren (1550), oostvleugel (1650), poorttoren en bordes (1750) met het wapen van de families Rohe en Kettler. Op de achtergrond de Laurentiuskirche, driebeukige laatgotische hallenkerk van omstreeks 1440, toren van 1611.

De familie Van Elmpt behoorde tot de Gelderse oeradel. Al in 1233 werd een zekere Gobele von Elmete vermeld. Het stamslot van de familie was kasteel Elmpt bij Erkelentz in Duitsland.

1e generatie
Wilhelm von Elmpt (*1643 – † ?)was door zijn huwelijk in 1666 met Anna Maria van Dammerscheidt (*1653 – † ?) de eerste Van Elmpt die zich in Voerendaal vestigde. Zij waren het begin van drie generaties Van Elmpt in Voerendaal.

2e generatie:
1. Caspar van Elmpt, (*1679 – † 1731)
2. Anna Maria Henrica van Elmpt, (*1680 – )
3. Maria Elisabeth van Elmpt, (*1681 – )
4. Christina Hendrica van Elmpt, (*1684 – )
5. Odilia van Elmpt, (*1685 – )
6. Anna Catharina van Elmpt, (*1688 – † 1770)
7. Margaretha Christina van Elmpt, (*1690 – )
8. Caecilia Elisabeth van Elmpt, (*1693 – )
9. Catharina Agnes van Elmpt, (*1695 – )

Caspar van Elmpt huwt op 15 augustus 1716 met Agnetha Sybilla van Sussekern (*1685 – † 1737)
3e generatie:
1. Anna Maria van Elmpt, (*1717 – † 1809)
2. Johan Willem van Elmpt, (*1718 – † 1752)
3. Karel Jozef van Elmpt, (*1720 – )
4. Joannes Leonardus van Elmpt, (*1723 – † 1767)
5. Franciscus Philippus van Elmpt, (*1724 – )
6. Jannes Martinus van Elmpt, (*1726 – )
7. Franciscus Wilhelmus van Elmpt, (*1730 – † 1730/1731)

Wilhelm van Elmpt

De echtgenoot van Anna Maria van Dammerscheidt was een eigen gereid heerschap, die maling had aan de wettelijke macht. De aanleiding van hun huwelijk was ook al omgeven met vreemde verhalen, waarbij zelfs sprake was van het in hechtenis nemen van de aanstaande bruidegom.

De vechtpartij op 18 maart 1686 in de herberg van Geurt Vliegen in Kunrade zegt veel over dit opvliegend heerschap. De jonker van Dammerscheidt vond het nodig om Melchior Moberts, de pachter van de Borgberg een hoeve behorende bij het landgoed Dammerscheidt, een flink pak rammel te geven. Hierbij werd hij geholpen door zijn zwager Willem van Elmpt en de knecht van Van Elmpt, Jan Harst.
Waarschijnlijk had deze afranseling te maken met wraakneming. Dat beide heren de titel jonker droegen betekent dat ze van lage adel waren. Mogelijk had Jonker van Dammerscheidt een conflict gehad met zijn pachter en voelde zich gesteund door de binnenkomst van Jonker van Elmpt en zijn knecht. Met z'n drien hadden ze overwicht en tevens konden ze aan de aanwezigen laten zien dat er met de adel niet te spotten viel.
Ondanks de dreiging om niet bij de schout in Heerlen zijn beklag te gaan doen heeft Melchior Moberts dit toch gedaan, vandaar dat er nu nog archiefstukken zijn van het proces waarin deze gebeurtenis minitieus is opgetekend.