Voerendaal was een aantrekkelijk gebied voor vermogende mensen. Velen waren van adelijke komaf en bewoonde de kastelen in en rond Voerendaal. De kastelen waren soms voortzettingen van verdedigbare gebouwen, maar de kastelen in 1842 zijn 17e eeuwse landhuizen met daarbij een boerderij en landerijen, boomgaarden, grasland, bos enzovoorts. De boerderijen met land werden verpacht en de pachter zorgde voor het land en het vee. Daarnaast verrichtte hij allerlei werkzaamheden voor de pachtheer. De landerijen in Voerendaal werden gewanden genoemd en vernoemd naar het huis van de pachtheer. Zo kennen we de Puttergewande, Overst Voerendaal gewande, Dammerscheid gewande, Cortenbach gewande, enz.
De kavels in Voerendaal waren verschillend van grootte en erg versnipperd. Er waren ook kleinere boeren die behoorlijk veel grond hadden. In kleine kavels over heel Voerendaal, Kunrade en Ubachsberg. Een bekende boer was Nicolaas Joseph Leufkens. Hij woonde op Elen in een van de boerderijen aan de Tenelenweg. Hij bezat in totaal 16 hectare aan grond inclusief gebouwen, grasland, boomgaarden, akkers en vijvers. Zijn grond lag in Voerendaal langs de Tenelenweg, Valkenburgerweg, Heerlerweg en de Bergseweg. De grond waar rond 1912 het Laurentiusplein op gebouwd werd, was vroeger eigendom van Nicolaas Joseph Leufkens.
Hoewel in verhouding een kleine grondeigenaar bezat hij toch behoorlijk wat land. 16 hectare is niet niks. Ter vergelijking; tegenwoordig heeft een gemiddeld huis met tuin ca. 350 m2 oftewel 0.035 hectare.
Enkele voorbeelden van "groot" grondbezitters:
Johan Cornelis van Panhuijs; 154,2 hectare
Lamberts de Cortenbach; 103 hectare
Ladislas de Villers-Masbourg; 78 hectare
Karel van Eijnatten; 72,4 hectare
Frederik van Emmighausen; 55 hectare
Jan Hendrik de Hoijos; 53,8 hectare
Carel Simon Hollman; 51,7 hectare
Paulus Oberjé; 29,5 hectare
Nicolaas Joseph Leufkens; 16 hectare
Jan Willem Meijers; 7,7 hectare
Jhr. mr. Johan Cornelis van Panhuys, (1766-1849), jurist, heer van Haeren, Bongert en Damerscheidt, drossaard van de Landen van Rolduc ('s-Hertogenrade) en Dalhem, lid Gedeputeerde Staten van Limburg, in 1815 geadeld, gehuwd met 1e: Christiane Eleonora von Clermont (1769-1796), dochter van Johann Arnold von Clermont, en 2e: Marie Sophie Delwarde (1772-1844), uit het 1e huwelijk: 1 kind (als zuigeling overleden), uit het 2e huwelijk: 10 kinderen
Marie Ernest Pierre Anne Joseph de Lamberts de Cortenbach, (Herve, 23 januari 1768 - Voerendaal, 20 april 1845), werd in 1816, ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in de erfelijke adel erkend, met de titel baron, overdraagbaar bij eerstgeboorte. Hij was kasteelheer van Cortenbach en was tijdens het Belgisch bewind korte tijd burgemeester van Voerendaal (1836-1839). Getrouwd met Marie-Elisabeth de Steijn, verkoos hij in 1842 het Nederlandse staatsburgerschap aan te nemen en verdween uit de Belgische adel.
Marie Joseph François Antoine Ladislas de Villers Masbourg d'Esclaye, (Javingue, 23 juni 1765 - Oud-Valkenburg, 19 juni 1850) was cadet in het regiment van Lamarck, officier en kolonel in het Franse leger. In 1816, onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd hij erkend in de erfelijke adel en benoemd in de Ridderschap van de provincie Namen. Hij trouwde in 1807 met gravin Philippine de Hoen (1784-1860), dochter van graaf Maximilien de Hoen en prinses Félicité de Hohenzollern-Hechingen. Zij bewoonden het kasteel Schaloen in Oud-Valkenburg. Hij was onder anderen eigenaar van het Hoenshuis en de daarbij behorende landerijen. Er waren enkele afstammelingen, maar de familietak is in 1957 uitgedoofd.
Karel Van Eijnathen, hij stamde uit een oude adelijke familie. De familie Van Eijnatten bezat in Voerendaal o.a. De Peerboom (15e eeuw-1809), Kunderhuis (1642-1659) en kasteel Rivieren (1663-1686). Over Karel van Eijnatten is verder niets bekend.
Frederik van Emmighausen, was een baron die in het bezit was van Hoeve Tenhove en de landerijen tegenover de hoeve. Op zijn land werd later door archeologen de Romeinse Villa Rustica Ten Hove gevonden. Van Frederik van Emmighausen is verder niets bekend.
Jhr. Joannes Henricus Josephus (Jean Henri Joseph) de Hoyos, (1769-1847), rechter en vicepresident van de rechtbank van eerste aanleg te Maastricht, lid van de raad van Maastricht, raadsheer bij het Hooggerechtshof te Luik, lid ridderschap van Limburg
Carel Simon Hollman, (Maastricht, 2 november 1778 - Maastricht 10 juli 1882) was gehuwd met Marie Odile Schoonbroodt, dochter van Antoine Schoonbroodt en Ida Meijers en kleindochter van Henricus Schoonbroodt wiens naam in de steen boven de poort van Winthagen 9 staat.
Door zijn huwelijk werd hij eigenaar van de hoeve Winthagen 9 en bijbehorende landerijen. Hij was van 1823 tot 1825 burgemeester van Voerendaal.
Paulus Oberjé, (Brunssum 3 februari 1777 - Brunssum 29 september 1862) was afkomstig van Brunssum en zoon van Jan Peter Oberjé en Maria Helena Hamers. De zoon van Paulus, Johannes Hubertus huwde met Anna Boumans van de Pontstraat in Voerendaal. Het echtpaar bewoonde de de herberg anex brouwerij "I gen Dreck" op de hoek van de Hogeweg en de Cortenbachstraat. Zij overleden in 1934. Hun grafmonument staat tegenover de ingang van de Laurentiuskerk in Voerendaal.
Nicolaas Joseph Leufkens, (Voerendaal 28 februari 1803 - 30 april 1877), was de zoon van Nicolaas Leufkens en Maria Barbara Ubags. Hij huwde 1e: Maria Gertruid Boumans, 2e: Johanna Maria Eijsen (Eussen), 3e: Maria Agnes Kamps. Zijn vader verwierf de hoeve "De Breem" van de familie van zijn tweede vrouw.
Jan Willem Meijers, (Voerendaal 19 juni 1773 - Voerendaal 29 december 1840), was de zoon van Joannes Willem Meijers en Anna Catharina Somya. Hij was in 1806 kapelaan te Voerendaal en in 1816 en 1820 Pastoor te Hulsberg. In 1842 het jaar van deze kadastrale registratie was Jan Willem al geruime tijd overleden. pas in 1843 wordt de registratie gwijzigd ten gunste van zijn erfgenamen, de kindren van zijn overleden zuster Anna Catharina Pluymen-Meijers.
De hierboven beschreven Jan Willem Meijers was zoals gezegd de zoon van Joannes Willem Meijers en Anna Catharina Somya. De naam Somya kwam ter sprake in het tv-programma "Verborgen verleden" waarin wordt gezocht naar de voorouders van de van oorsprong Maastrichtse actrice/zangeres Hadewych Minis.
Haar voorvader Leonardus Mijnes huwde met Maria Helena Willems, dochter van Stephanus Willems en Caecilia Somya en zus van Pastoor Nicolaus Willems, pastoor in Voerendaal van 1803 tot 1810.
Caecilia Somya was de kleindochter van Nicolaus Somya en Maria Johanna Van Bock.
Maria Johanna van Bock was van adel en huwde met de pachterszoon Nicolaus Somya. Het was zeer ongebruikelijk voor die tijd dat een adelijk meisje huwde met een burger. Ze moest daarvoor wel haar adelijke titel opgeven.
Haar moeder was de dochter van Maria Henrica van Bock geboren Van Vos en stamde af van de bekende Brunssumse adelijke familie Van Vos.
Ze bewoonde de Bockhof in Schimmert, Groot Haasdal.
Kadastrale begrenzing Voerendaal en Kunrade in 1842.
De kadastrale lappendeken in 1842 rond de Kunderberg.
De kadastrale verdeling in 2024 rond de Kunderberg.
Zelf zoeken?
Als u zelf wilt zoeken naar kadastrale percelen van uw voorouders dan kunt u dat op de website van
AEZEL (Archief voor Erfgoed van Zuid-Nederlandse Eigendommen en Leefgemeenschappen).
Op deze website kunt u ook zoeken naar uw Limburgse voorouders.