Door: John Habets,  01-08-2019
Retersbeek

Ik ben in 1948 in Retersbeek geboren. Hier heb ik helaas maar kort gewoond; alleen de eerste negen jaar van m'n leven om precies te zijn. Ik zeg "helaas", omdat ik nog altijd goede herinneringen heb aan mijn geboorteplek en vroege jeugd.

We woonden destijds aan de Retersbekerweg (op de foto rechts); naast het toenmalige café van mijn opa, dat zo'n beetje in het midden van Retersbeek lag. Daar tegenover ligt nu "de IJsput". De Retersbekerweg was tijdens de eerste jaren van mijn leven nog niet verhard! Er kwam nauwelijks verkeer door de straat. Toch ben ik hier maar liefst drie keer door een motor aangereden. Gewoon omdat ik niet uitkeek! Een auto in Retersbeek was in die tijd nog iets bijzonders!

Toen ik in de derde klas van de lagere school in Voerendaal zat, kreeg mijn vader een dodelijk ongeluk in de mijn, waar hij werkte. Dat was de ON-III in Heerlerheide. Op die plek ligt nu de school van onze twee kleinkinderen! Redelijk snel na het ongeluk zijn we - noodgedwongen - naar Heerlen verhuisd; naar de Molenberg, waar we dicht bij een broer van mijn moeder kwamen te wonen. Zeker in een tijd dat er nog geen Algemene Bijstandswet was, was het voor mijn moeder moeilijk om de eindjes aan elkaar geknoopt te houden. Toch heb ik nooit het gevoel gehad, dat we iets tekort kwamen.

Ik kan me nog goed herinneren hoe we elke dag vanuit Retersbeek naar de school in Voerendaal en daarna omgekeerd weer terug naar huis liepen. Een fiets hadden we niet. Dat betekende elke dag zo'n halfuur lopen, behalve dan de woensdag en de zaterdag. En dat viér keer op een dag.


Als kind had je nog geen weet van afstanden, dus je wist ook niet of dat veel was. Je liep het gewoon! De kinderen, die naar school gingen, verzamelden zich elke dag bij het begin van het Puttersvoetpad, dat langs kasteel Puth liep en uitkwam op de Parallelweg.

Als we voorbij kasteel Puth gekomen waren, kwamen we al in de buurt van de Sint Laurentiuskerk. Vandaar liepen de jongens en de meisjes in afzonderlijke groepjes verder naar school; de jongens- of de meisjesschool. We bleven altijd als groepje bij elkaar, en we hadden de instructie om nooit met een vreemd iemand mee te gaan, maar vooral bij elkaar te blijven. Deze vorm van sociale controle was beslist niet overdreven.

In de zomer stonden de velden aan weerszijden van het Puttersvoetpad vol met koolzaad. Het hele landschap was geel gekleurd. Prachtig! Wat de boer minder prettig zal hebben gevonden, is dat de kinderen elkaar, als het koolzaad rijp en geel was, weleens bij de hand namen en een rij vormden. Vervolgens werd begonnen met rennen, en als het kind vooraan op een gegeven moment pas op de plaats maakte, lanceerde 'de rij' als het ware de laatste in de rij, die dan door het koolzaad vloog. Als een van 'de kleintjes' viel me deze 'eer' vaker te beurt. En het gekke was: bang was je niet. Je deed het gewoon, want je wilde je als 'kleine' niet laten kennen.



Wat ik me ook nog goed kan herinneren, is een moment in de winter, waarop ik in mijn eentje vanuit de school terug naar huis moest. Ik had namelijk straf gehad en moest daarom nablijven. Ik kwam terecht in een heuse sneeuwstorm en kon gelukkig schuilen bij het bruggetje in de buurt van de Parallelweg. Het was - in mijn beleving - bar en boos. Gelukkig kwam na enige tijd een al wat groter meisje uit Retersbeek voorbij, die me zag en meenam tot aan de Retersbekerweg. Ik herinner me haar nog steeds als mijn reddende engel!

Kleine momenten: maar ze zullen me altijd bijblijven!

John Habets


Reageer



Retersbeek een gehucht van Klimmen

Retersbeek is net als Weustenrade een gehucht van Klimmen.
Door de liging had Weustenrade een sterke band met Nieuw Lotbroek en Retersbeek met Voerendaal.

Het pad dat John beschrijft is door menigeen die naar Voerendaal of Retersbeek ging betreden, het was de enige snelle verbinding tussen Retersbeek en Voerendaal. Snel, dat wil zeggen alleen te voet of met de fiets. Auto's daar was pas veel later sprake van.

Zelf ben ik ook vaker in Retersbeek en Weustenrade geweest als jonge jong. De familie van mijn neef Jan Moonen woonde in Weustenrade maar ook in Retersbeek.
Zijn opa en oma, (twee kleine mensjes van ongeveer anderhalve meter) wandelde bijna dagelijks over het Puthervoetpad naar Voerendaal en terug.

Zij bewoonde in Weustenrade een oud vakwerkhuisje dat er nog steeds staat.
Als ik daar binnenkwam werd ik meerdere keren gewaarschuwd dat ik me moest bukken als ik onder een deurpost doorliep, dat ging wel eens fout (Auw!)

In Retersbeek woonde oom Jef en tante Wies van mijn neef Jan, aan het einde van de Groene weg aan de linkerkant. Thans staat er op het perceel een modern woonhuis dat wordt bewoond door hun dochter Mariet, destijds was het een ouder klein huisje met vooral veel kippen, ganzen, eenden en allerlij ander klein vee.

Vanuit Voerendaal zagen we een enorme rookpluim over de velden dat duidde op een grote brand in Retersbeek.
Als nieuwsgierige jonge jongens trok ons dit aan en we stonden natuurlijk vooraan om het het tafereel van haastig naar buiten geplaatst meubilair, de brandweer die met "groot materieel" was uitgerukt, maar ook de loslopende varkens over het terrein, te aanschouwen.
De boerderij en het woonhuis waren verloren.

Destijds hadden we nog geen besef van het drama voor de boerenfamilie dat zich hier voltrok, wij vonden het alleen maar spannend.

Wim Reubsaet, redactie.