Door: Wim reubsaet,  24 juni 2014
Avontuur op Cortenbach

Aan hoeve Cortenbach heb ik meerdere fijne maar ook spannende herinneringen.
In de hoeve zat destijds (en nu nog steeds) boer Crijns. Het boerenbedrijf was in de vijftiger jaren van de vorige eeuw nog niet zo modern als tegenwoordig. Veel moest er ook met de hand worden gedaan. Als het oogsttijd was dan vonden veel inwoners van Voerendaal werk bij de boer. Korenschoven binden, aardappelen rapen en sorteren maar ook appels en peren plukken of kersen.
Mijn oom en mijn tante werkte beiden bij Crijns op de Boerderij net als Fien Valkenberg een vriendin van mijn tante. Wij als kinderen zwierven dan ook altijd in de buurt rond. Crijns had op het veld een grote schuur staan. Daar stonden allerlei landbouwwerktuigen waaronder een grote aardappelsorteermachine waaraan de dames uren bezig waren de vers gerooide aardappelen te sorteren en de kluiten en stenen er met de hand uit te rapen. In die grote schuur lag ook een grote voorraad hooi die natuurlijk een grote aantrekkingskracht had op de kinderen.


Op de foto bij de vulmachine, Fien Valkenberg (links) en Annie Moonen aan het werk bij de veldschuur.

Het kasteel was destijds voor mij nog onbekend terrein. Hooguit een schaatspartij op het ijs op de gracht van het kasteel, maar verder kwam je niet. Dat veranderde toen mijn zus ging zorgen voor de hulpbehoevende moeder van Ben Engelen die destijds het kasteel bewoonde. In het najaar begint het al vroeg te schemeren en mijn vader vond niet dat mijn zus alleen door die donkere laan moest fietsen, dus ik ging mijn zus ophalen met de fiets.
Op zo'n avond stond ik voor het kasteel te wachten op mijn zus en had dus ruimschoots de gelegenheid om eens rond te neuzen. Naast een muur vond ik een keurig gestapelde hoeveelheid lege flessen. Geen gewone flesssen, maar flessen met bijzondere vormen van groen, bruin, blauw en wit glas. Het was midden zestiger jaren en als tieners hadden we een ruimte die we op onze eigen manier inrichten. Destijds waren visnetten als plafondbekleding met daaraan allerlei prullaria erg in, posters van onze pop-idolen en natuurlijk druipkaarsen. Speciale kaarsen die gemaakt waren om te druipen. Meestal op Gianti-flessen in rieten mandjes, maar alle andere mooi gevormde of gekleurde flessen waren ook prima.
Je begrijpt het al, mijn neef en ik hadden onze zinnen gezet op enkele van de flessen die ik bij het kasteel had gezien. We hadden ze natuurlijk gewoon kunnen vragen, maar ja dat kwam niet in ons op. Dus op een avond, in het donker, togen we naar het kasteel. Voorzichtig onder dekking van de duisternis van de vroege avond slopen we het pad op naar het kasteel. Het spannendste was de oversteek naar de plek waar de flessen lagen, daar liep je in het zicht. Vier flessen was de buit, meer konden we niet meenemen. Daarna dezelfde weg weer terug. Bijna bij de uitgang van het pad hoorden we plotseling iemand schuifelen. Vlug doken we de struiken in en wachten met kloppend hart totdat de persoon voorbij was. Die onbekende persoon nam zich echter de tijd. We hoorden steeds maar weer dat schuifelen en af en toe kuchen. Het duurde wel lang maar we durfde toch niet tussen de struiken uit te komen. De tijd verstreek en we werden steeds ongeduldiger. Voor ons gevoel zaten we daar al zeker een uur en dat figuur wilde maar niet verdwijnen. Uiteindelijk hielden we het niet uit en voorzichtig ging ik kijken wie daar stond te hoesten en te schuifelen. Op het pad was niemand te bekennen voorzichtig verder lopend hoorde ik nog steeds het kuchen en schuifelen, maar nu duidelijker. Het geluid kwam van achter de muur die langs het pad stond. Voorzichtig een blik om de hoek van de muur en daar achter die muur keek ik in de ogen van een verbaasd kijkende, kauwende koe die daar samen met enkele andere runderen stonden te grazen, te schuifelen en af en toe te kuchen.
Opgelucht togen we met onze buit naar huis en het heeft jaren geduurd voor we dit verhaal aan anderen durfden te vertellen.

    ???

Reageer



Voerendaal in de sixties

Ook in Voerendaal waren in de zestiger jaren van de vorige eeuw "opstandige jongeren". De revolutie ging ook aan Voerendaal niet voorbij. In vergelijking echter met de jongeren in de grote westelijke steden waren we nog braaf. Toch waren ook hier, zij het sporadisch, al jongens met lange haren op brommers met een hoog stuur. Puch en Tomos waren de bromfietsmodellen die erg in trek waren, maar niet bij de bromnozems of vetkuiven die reden op Zündapp en Kreidler. Naast het uiterlijk, lange haren, broeken met brede pijpen en lange sjaals, was er natuurlijk ook de bijbehorende muziek. Rolling Stones, Beatles, The Small Faces, Herman Hermits, Simon and Garfunkel, enzovoort, enzovoort.
De sfeer die creëerde we zelf, een onderdeel daarvan waren de druipkaarsen naast de posters die uit de muziekbladen kwamen.
In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam had je de provo's die volgens de gevestigde orde veel overlast bezorgde. In Amsterdam had je de damslapers.
In Voerendaal had je iets vergelijkbaars, maar het mocht geen naam hebben. In de ogen van de ouderen, langharig werkschuw tuig. Enkele zijn in die tijd blijven hangen, maar sommige zijn nu gerenomeerde wetenschappers of onderwijzers of automonteurs. Iedereen kwam op zijn pootjes terecht.

De Veldschuur van Crijns


De veldschuur van boer Crijns bij hoeve Cortenbach werd gebouwd in 1933 en ging in vlammen op in 1976.
Op de foto zien we de zwartgeblakerde restanten van de veldschuur die noooit meer werd herbouwd.