Voerendaal in†de tweede wereldoorlog,
      een verslag door Wiel Leufkens



Bevrijd

Op zaterdag 16 september 1944 op het feest van de H.Cornelius werd Colmont, zonder verlies van mensen, bevrijd van het juk van de Duitse bezetting. Uit dankbaarheid werd 60 jaar geleden een kapel plechtig ingewijd, hetgeen nu (2006 red.) gevierd gaat worden.


Op zaterdag 16 september 1944 om 2 uur middags verschenen de eerste Amerikanen te Colmont met tanks, komende van Eyserheide en Elkenrade, terwijl de infanterie langs de Bronkweg naar beneden kwam. Als de tanks in het dal zijn nemen zij richting Colmonterbos en gaan verder tot in de Vrakelsberg. De meeste mensen zitten in de schuilkelder, want er is al dagenlang permanent luchtalarm.
Rond 12 uur komen de bevrijders op de Kruishoeve, waar even tevoren nog vier Duitse soldaten verbleven, die men probeerde over te halen zich over te geven. De jongste van de vier voelde er wel wat voor, maar de drie anderen gingen op de vlucht maar trapten op een landmijn, die de avond tevoren door andere Duitse soldaten was gelegd. De jonge soldaat had door zijn aarzelen zijn leven gered.
Op 13 september waren ook al landmijnen gelegd in de Koreweg en de Colmonterweg, welke weg men ook nog eens met bomen had versperd. De gelegde mijnen werden door bewoners aan de Amerikanen gewezen, zodat zij onschadelijk konden worden gemaakt. Enkele Duitse soldaten sneuvelden op de Vrakelen. Een Amerikaanse tanksoldaat sneuvelde bij de Kruishoeve. De bevrijders rukten op tot aan de laatste huizen van Colmont; de bewoners staken de vlaggen uit, doch de Amerikanen lieten deze weer intrekken, omdat de vijand anders kon zien hoever was opgerukt.
Nog op 8 september stortte een brandend Engels vliegtuig bij Ubachsberg neer, op welke dag terugtrekkende, hongerige Duitse soldaten in Colmont op zoek gingen naar levensmiddelen.

De eerste bewoner die zij aantroffen was de Heer Borghans, die luid roepend de andere inwoners alarmeerde om hun etenswaren zoveel mogelijk te verbergen. Op zondag 10 september, tijdens de Hoogmis te Ubachsberg, werd alarm geslagen. Duitsers hadden†voor de hoofdingang post gevat om de mannelijke kerkgangers op te pakken voor het verrichten van zogenaamde Schanswerkzaamheden. Velen konden via sacristie en kerkhof ontkomen.

Reconstructie van de krijgsverrichtingen, die hebben geleid tot een bloedeloze bevrijding van Colmont en van bijna de gehele Oostelijke Mijnstreek, geeft aan de hand van talrijke bekende feiten, het volgende beeld. Behalve aan de Heilige Cornelius is veel te danken aan de krijgsmanskunst van† het betreffende Combat Command Headquarters en aan een klein aantal onverschrokken soldaten, die in een speciaal geconstrueerde reconnaissance car (verkenningsvoertuig) tot diep achter de vijandelijke linies wisten door te dringen en vandaar de opmars via Colmont en Welten dirigeerden.

Toen de geallieerden op Belgisch grondgebied voldoende troepen aan deze kant van Maas hadden verzameld, concentreerden zij hun aanvallen op Aken en op de lijn Maastricht/Valkenburg. Het terrein tussen deze beide hoofdmachten lieten zij verkennen door een speciaal daarvoor opgeleide eenheid, die door de vijandelijke linies wist heen te sluipen. De bemanning had alleen maar opdracht te verkennen. Zodra weerstand werd ondervonden moesten zij direct achter de eigen linies terugkeren. De reconnaissance car was uitgerust met dikke ballonbanden, die over heel wat hindernissen heen konden walsen. Het interieur werd grotendeels ingenomen door apparatuur op het gebied van communicatie en observatie, vooral uitklapbare schaarkijkers. Rond 12 september, de dag waarop de eerste geallieerde troepen bij Mesch/Noorbeek, Nederlands grondgebied betraden, sloop deze speciale eenheid vanuit deze sector tussen Elkenrade en Eyserheide door en zag het vermeende doel, Colmont, recht voor zich liggen, dat door zijn ligging voor de vijand van grote waarde zou kunnen zijn voor het inrichten van een zogenaamde "Egelstelling". Heel omzichtig en alert, met camouflagenetten bedekt, daalden zij af naar de Vrakkelsbergweg , waarna zij hun voertuig omhoog stuurden, tot aan een bossage waar zij zich verborgen hielden. Van daaruit werd het hele landschap uitvoerig geobserveerd, totdat zij iemand zagen lopen, die kennelijk poolshoogte kwam nemen. Zij trokken zijn aandacht. Deze persoon, mogelijk een onderduiker, vertelde in gebrekkig Engels, dat over de weg achter hem de laatste uren geen vijandelijk voertuig was gepasseerd; Gedurende een lange pauze werd uitvoerig rapport uitgebracht aan Combat Command, dat mededeelde, dat een hele infanteriedivisie inclusief een tankbataljon, achter hen aangestuurd zou worden. Het Command gaf hen opdracht op dezelfde voet door te gaan, totdat zij een Duitse terugtocht route hadden bereikt. Zij mochten een dergelijke weg niet oversteken.

Bij het ochtendgloren van 13 september zetten zij hun verkenningstocht voort. Zeer voorzichtig, alle bewoonde plekken vermijdend, passeerden zij de Mingersborgerweg, de Wijngracht en de Dalstraat en kwamen zo terecht op de Oostflank van de Kunderberg. Hier bleven zij een hele tijd gecamoufleerd stilliggen. Een dergelijke camouflage was perfect, zoals ikzelf in geallieerde dienst heb ervaren. Wat zij vanuit hun hoge post waarnamen ging alle verwachtingen te boven. Zij konden aan het Command verslag doen over 3 wegen, waarlangs de verslagenen bezig waren terug te trekken. Eerst de oude Romeinse weg van Kunrade naar Welten, dan de Heerlerweg en verder weg de Esschenderweg. Zij kregen opdracht zich te nestelen zo dicht mogelijk bij de eerste weg en van daaruit verder te rapporteren. Hierna daalden zij af naar Welten en reden aan de achterkant van de Weltertuinstraat een veldschuur binnen, Zij verborgen hun verkenningswagen onder het voorhanden zijnde stro en werden door de eigenaar, Sjeng Beuken en zijn echtgenote Mina Kuipers en hun trouwe knecht Theun, in huis opgenomen. Zij waren de eerste Heerlense burgers, die bevrijd werden. Er volgden drie zenuwslopende dagen, Voor de deur kwamen aanhoudend verslagen en hongerende Duitse soldaten voorbij, die elk moment binnen konden vallen om te plunderen en vervoer te eisen. Gelukkig lag het huis op een berm met ervoor aan de straat een vakwerk bouwval.

Ondertussen was de in hun spoor optrekkende divisie op 16 september Colmont gepasseerd en maakte daarna front tussen Kunrade en Valkenhuizen met als speerpunt Welten waar zij in de late namiddag contact maakten met de commandant van de reconnaisance car, Kingdon Gould Jr., en zijn mannen.
Van daaruit werd nog diezelfde avond †een uitval gedaan richting Bekkerveld. Na enkele schotenwisselingen trokken zij zich weer op Welten terug om de volgende dag, 18 september, geheel Heerlen te bevrijden, hetgeen aanleiding was tot een nooit gekende spontane feestvreugde en verbroedering.

Naschrift:† De commandant van de reconnaissance car was niemand minder dan de latere Ambassadeur van de Verenigde Staten in Nederland. Tijdens deze 3 enerverende dagen in September 1944 was tussen commandant Kingdon Gould en de familie Beuken een zeer hechte vriendschap ontstaan. Zijne Excellentie kwam regelmatig met zijn echtgenote op bezoek in Welten. Bij herdenkingen te Margraten zaten zij tezamen op de tribune. Sjeng maakte met hen rondtochten met zijn koets. Zoon John is bij hem in de staat Maryland op bezoek geweest, waar vriend Kingdon tot een van de rijksten behoort. Ook hij heeft getracht een reconstructie te geven van de gebeurtenissen in september 1944. Hij heeft zijn Kruistocht in Europa opnieuw beleefd van NormandiŽ tot aan Torgau. Het laatst stond hij vorig jaar (2005 red.) aan de zijde van President Bush toen die Margraten officieel bezocht.

Aan alle bewoners en oud bewoners van Colmont. Vier maar uitbundig feest want de toen levende generatie heeft veel geluk gehad dat het zo goed is afgelopen. Als Nitsche van de Sicherheitsdienst te Maastricht er achter was gekomen, dat in Colmont en het nabijgelegen Winthagen en Ubachsberg de Duitse Bekanntmachungen niet werden nageleefd, was de helft van de bewoners achter prikkeldraad gekomen, terwijl zij op 16 september 1944 zonder kleerscheuren werden bevrijd, dank zij een slimme zet op het oorlogsschaakbord van Combat Command, dat een loper in de persoon van Kingdon Gould en zijn mannen tot ver achter de rug van de vijand wist te manoeuvreren. Overigens zou het nog tot 1 februari 1945 duren voordat deze streken echt bevrijd waren van oorlogsgeweld, dank zij het Roeroffensief, dat de geallieerden bracht tot aan de Rijn en er overheen.

Met dank aan Pierre Habets uit Beek en de gebroeders John en Paul Beuken uit Bingelrade en Welten.

Enne vreugere Voelendesche Jong oet Heale: Wiel Leufkens†; oud combattant.

(Bron†: Boekje ter gelegenheid van het 60 jarig Kapelfeest in Colmont uitgegeven in 2006.)








Eťn van de vele verhalen


Het verhaal van Wiel Leufkens is een van de vele verhalen over de 2e wereldoorlog. De ouderen onder ons waren toen tieners en straks zijn deze ouderen er niet meer en kan niemand ons meer vertellen hoe het werkelijk was. Daarom zijn deze verhalen zo belangrijk, zeker ook voor onze jongeren.

Dit is de beleving van een oud inwoner van Voerendaal, die de oorlogsjaren en de daaropvolgende bevrijding in zijn streek heel gedetailleerd heeft opgetekend in een feestgids uit 2006 die ter gelegenheid van het zestig jarig bestaan van de kapel van Colmont is uitgegeven.

De kapel werd gebouwd in 1946 uit dankbaarheid voor de bloedeloze bevrijding van Colmont op 16 september 1944, de feestdag van St. Cornelius en is daarom opgedragen aan St. Cornelius.