Voerendaal in de oorlogsjaren 1940-1944


In de 2e wereldoorlog werd Nederland overlopen door Duitse soldaten. In Limburg is dit natuurlijk niet ongemerkt, maar wel erg snel gegaan.
Op 9 mei 1940 verschijnt de Limburger Koerier nog zonder bijzonderheden te melden over een op handen zijnde oorlog, Nederland was immers neutraal. De volgende editie van de Limburger Koerier verschijnt pas op 16 mei 1940, een volle week later.
In deze krant staan verordeningen van het bezettingsleger en de melding dat in Nederland nu het Duitse recht van kracht is. Daarnaast staat ook het verslag van de sportredactie die in de nacht van 9 op 10 mei naar hun werk kwamen om een artikel te schrijven over de ronde van Catalonië. Uit dit artikel blijkt duidelijk de verrassende bezetting van Venlo, Heerlen en Maastricht op 10 mei rond half drie 's nachts. Dit verslag kunt u hier onverkort lezen.

Ook Voerendaal zag de Duitsers komen en een kleine vijf jaar later weer vertrekken. In die bezettingstijd ging alles zijn gewone gangetje. De kranten van die tijd vermelden wekelijks de voetbaluitslagen en er werden ook jubilea vermeld. Verhalen van mensen die vijftig jaar waren getrouwd maar het feest bescheiden vierden "van wegen de omstandigheden". Kleine aanduidingen dat het dagelijks leven blijkbaar weinig verstoord werd, of was dit maar schijn?
Het is opmerkelijk hoe weinig er in de kranten van die tijd wordt vermeld over oorlogshandelingen. Waarschijnlijk door de opgelegde censuur. Op het moment van de bevrijding in september 1944 is er duidelijk een verandering van berichten in diezelfde kranten waar te nemen.

Er van uitgaande dat u niet bent geïnteresserd in de voetbaluitslagen van die dagen,
is er via de kranten weinig te achterhalen van Voerendaal in de oorlogsjaren.
Enkele kleine berichtgevingen wil ik u echter niet onthouden.

In het Limburgs Dagblad van 21 mei 1940 wordt bekend gemaakt dat er geen postduiven meer mogen uitvliegen, dit met bestraffing van een boete of hechtenis en inbeslagname van de postduiven of zelfs zwaardere bestraffing. Voor de vele duivenmelkers onder onze mijnwerkers is dit verbod natuurlijk bijzonder teleurstellend en menige duif belandde daarna in de soep.

In de Limburger Koerier van 18 juni 1940 wordt er melding gemaakt van een transport van krijgsgevangenen door Kunrade. Om het transport goed te laten verlopen moet de burgemeester dit bekend maken bij de bevolking:
    "Namens de 'Duitse militaire overheid' maakt de burgemeester het volgende bekend:

  1. Straten inclusief trottoir moeten volledig worden vrijgehouden. Diegene die zich hier niet aan houden lopen het risico in het transport te worden opgenomen.
  2. Water mag slechts worden verstrekt aan de gevangenen als dit van te voren is bekend gemaakt. De gevangenen zijn voor vertrek verzorgd er is dus geen reden om water of dergelijke te verstrekken. Het toewerpen van giften uit de vensters is verboden. Dit om te voorkomen dat de orde wordt verstoort en het doortrekken van de troep stagneert. Uitingen uit het publiek zullen ten strengsten worden tegengegaan."
Van beide artikelen gaat een zekere dreiging uit, het middel om de bevolking in bedwang te houden.

Amerikaanse soldaten in Kunrade

Voerendaal was best wel begaan met het lot van mede landgenoten. Zo meldt het Limburgs Dagblad van 26 juli 1940 dat er 135 kinderen uit het zwaar gebombardeerde Rotterdam in Voerendaal zijn opgenomen om hier vakantie te vieren. Het sociale gezicht van de Voerendalers tijdens die oorlogsjaren, overigens niet voor de laatste keer want aan het einde van de oorlog laten ze zich nogmaals van hun beste kant zien.
Vervolgens vermeldt het Limburgs Dagblad van 17 september 1940 dat Voerendaal nu een luchtalarmsysteem heeft gekregen waardoor de kerkklokken weer gebruikt kunnen worden waarvoor ze bedoeld zijn. Van de andere kant wordt er in latere kranten geen melding gemaakt hoelang ze die functie hebben kunnen vervullen omdat we inmiddels weten dat de Duitsers de kerkklokken in beslag namen omdat ze het brons goed konden gebruiken voor het vervaardigen van wapens.

In diezelfde krant geeft de burgemeester een ernstige waarschuwing aan lieden die openbare publicaties op publicatieborden verwijderen. Kennelijk blijkt hieruit enige vorm van verzet. Ook publicaties gedaan in naam van de bezetter hingen op deze publicatieborden en waarschijnlijk zijn het die publicaties die verdwijnen.


Hoeve Lindelauf

In Voerendaal was er ook oorlogsschade zoals op de foto links te zien is. Deze schade is ontstaan in de nadagen van de oorlog tijdens beschietingen door de binnentrekkende bevrijdingslegers of door terugtrekkende Duitsers.
In 1944 is een Amerikaanse bommenwerper neergestort tussen Kasteel Rivieren en Weustenrade. Leo Severens woonde in het huisje bij de rivierenbrug tegenover het kasteel. Hij was als eerste bij het vliegtuig. De bemanning had het vliegtuig veilig kunnen verlaten en was in geen velden of wegen meer te bespeuren. Het leek er op dat het vliegtuig was teruggekeerd van een aanval op Duitsland, geen bommen meer aan boord en nog maar een beperkte hoeveelheid brandstof. Het wrak is dan ook niet ontploft of in brand gevlogen. Leo Severens waarschuwde zijn vriend Hein Disco en Norbert Huyts van boerderij Puth. Samen hebben ze voordat de Duitsers er waren een aantal onderdelen van het vliegtuig gesloopt en de brandstof kunnen over pompen. De brandstof kon Nobert goed gebruiken voor zijn tractor. Met Norbert Huyts liep het aanvankelijk minder goed af volgens Ria Huyts. Nadat hij de brandstof in de schuren van zijn boerderij had verstopt, is hij door een Duitsgezinde dorpsgenoot verraden en gearresteerd. Veldwachter Baeten moest hem opsluiten. Dankzij Baeten en een mijnwerkerspas is hij weer vrij gekomen. Mijnwerkers werden niet als gevangene te werk gesteld in Duitsland, de mijnen waren te belangrijk voor de Duitsers als aanvulling van hun grote tekorten aan brandstof. De Limburgse mijnen en hun werknemers konden daar goed in voorzien.

Na de oorlog is veldwachter Baeten beticht van collaboratie met de Duitsers. Hij zat echter in een moeilijke positie. Hij werd gedwongen om met de bezetter samen te werken, maar door zijn positie als verlengstuk van de Duitse machthebber heeft hij vele dorpsgenoten kunnen behoeden voor arbeid in Duitsland of erger. Norbert Huyts en andere dorpelingen hebben gezorgd dat hij gerehabiliteerd werd en hij heeft nog vele jaren na de oorlog als hoogste politieagent in Voerendaal gewerkt.
Min of meer in dezelfde moeilijke positie zat de heer Windmüller, die de Duitse nationaliteit had. De familie Windmüller was vanuit Duitsland naar Voerendaal geïmmigreerd om in de mijn te werken. De families woonden bij het begin van de tweede wereldoorlog al zeker 25 jaar in Voerendaal en was goed geïntegreerd. De heer Windmüller werd vanwege zijn Duitse nationaliteit tot vertegenwoordiger van de Duitse bezetter benoemd. Ook hij moest schipperen tussen het belang van zijn eigen familie, de dorpsgenoten en de bezetter. In deze moeilijke positie is hij er blijkbaar niet in geslaagd alle partijen zo goed mogelijk tevreden te stellen. Na de oorlog is hij verdwenen uit Voerendaal.


Voerendaal is op zondag 17 sept. 1944 bevrijd door de 30th Infantry Division ( bijgenaamd "Old Hickory" ) ondersteund door leden van de C-Company van het 743rd Tank Battalion. De tanks naderden Kunrade vanaf Klimmen. De Duitse verdediging was beperkt. De grootste troepenmacht had zich teruggetrokken achter de Siegfriedlinie in en rondom Aken.
Het spoorwegviaducten richting Ten Esschen en Hoenshuis werden verdedigd door mitrailleursnesten die door de Duitsers in bunkers waren opgesteld. Bij het zien van de Amerikaanse overmacht, hebben ze deze posities snel opgegeven en zich teruggetrokken. Wel is nog geprobeerd de viaducten op te blazen maar de zware betonconstructies werden slechts licht beschadigd.
Op 4 oktober 1944 als Zuid Limburg al is bevrijd, worden Kerkrade en Eygelshoven tot "niemandsland" verklaard en moeten alle inwoners worden geëvacueerd. De mensen vertrekken te voet met hun weinige bezittingen via Heerlerbaan en Imstenrade richting Voerendaal. Gedurende die tocht worden ze regelmatig beschoten door Duitse jachtvliegtuigen. Voerendaal neemt zo'n 1100 evacuees op die hier zo'n drie weken bij de diverse gezinnen verblijven. In december, als ze weer zijn teruggekeerd, volgen dan ook diverse dankbetuigingen in de krant van mensen uit Kerkrade en Eygelshoven aan hun tijdelijke gastgezinnen in o.a. Voerendaal.

In de nieuwbouwwijk van de in de eind vijfig- begin zestiger jaren van de 20e eeuw gebouwde woningen aan de Lindeweg en de Bongerd en later ook aan de Hongerbeekstraat zijn vaker resten gevonden van achtergelaten en begraven munitie. Bij het pand van Coenen die destijds een woning bouwden aan de Lindeweg nummer 7 werd een complete munitiekist opgegraven. Aan de Hongerbeekstraat werd een "lege" handgranaat gevonden door spelende kinderen die later dienst deed als bloemenvaasje.
Op het veld tussen Kasteel Puth en Kasteel Rivieren werd een batterij van ongeveer 15 houwitsers opgesteld. Het open veld van de "Putherhoogte" met de laan naar Puth voor aanvoer van munitie was een geschikte plaats om Aken te beschieten. Deze houwitsers konden de afstand van ca. 17 kilometer naar Aken gemakkelijk overbruggen en werden dan ook gebruikt om de aanval op Aken voor te bereiden. Behalve in Voerendaal stonden rondom Aken in een straal van ca 20 km totaal 475 houwitsers. Hopen grote messing hulzen werden door de Amerikanen achter gelaten. De dorpelingen maakte hiervan siervazen of asbakken. Bij vele Limburgse huizen stond vroeger een paar van deze vazen in het raam te pronken. Een asbak werd gemaakt van de onderkant van een huls. In Crapoel bij Gulpen staat een wegkruis dat volledig is gemaakt van grote granaathulzen. Nog lang na de oorlog werden op het veld en in de laan nog kruitstaafjes en kleinere lege hulzen gevonden. Deze waren in de open lucht ongevaarlijk. Zij branden ongeveer als kerststerretjes.
Als kind deed je niet moeilijk over de spullen die je vond want je kende de gevaren niet. Ouders waren daarentegen niet zo gerust over al dit soort vondsten.
In Voerendaal is me niets bekend van ongelukken met dit spul, maar er zijn kort na de oorlog nog doden en gewonden gevallen door dit achtergelaten oorlogsmateriaal. Zelfs nu begin 21e eeuw worden nog regelmatig bij graafwerkzaamheden oude vliegtuigbommen aangetroffen.






Ooggetuigenverslag

Mathieu Clemens was 12 jaar toen op 10 mei 1940 de Duitsers binnenvielen. Hij woonde destijds op de hoek van de Bergseweg en de Pontstraat, het kleine huisje hier beneden op de foto.

Hier vertelt hij zijn verhaal over de oorlog zoals hij die heeft beleeft.











Wiel Leufkens schreef zijn belevenis tijdens de bevrijding op in de feestgids ter gelegenheid van zestig jaar bevrijdingskapel St. Cornelius te Colmont in 2006. Lees hier zijn uitgebreid verslag.










Léon Wesley

De wreedheid van de Duitse bezetters werd pijnlijk duidelijk door een gebeurtenis op het Laurentiusplein in 1943.
Bij de woningopzichter Smeets aan het Laurentiusplein 32 werd een joods Maastrichts jongetje een schuiladres geboden. Het kind Léon Weslij, amper vier jaar oud draaide gewoon mee in het gezin en speelde ook op straat met de andere kinderen. De beste manier om een kind te laten onderduiken. Niemand stelde vragen. Toch waren er mensen in de buurt die het nodig vonden om de Duitsers te tippen dat er onderduikers op dit adres zaten. Op het moment dat de Duitsers het pand binnenstormden, in november 1943, om te zoeken naar de onderduikers, speelde de kleine Léon buiten op straat. In de woning was niets te vinden en de Duitsers stonden op het punt om weer te vertrekken toen de blik viel op het jongetje die zijn joods uiterlijk niet kon verhullen. Met veel misbaar werd het kind opgepakt, meegenomen en op transport gezet naar Westerbork. Op 11 februari 1944 werd Léon Weslij, nog geen vijf jaar oud door de Duitsers vermoord.
(klik op de foto)

De helaas moeilijk leesbare plaquette die op het Laurentiusplein is neergelegd ter nagedachtenis aan Léon Weslij.





het opschrift vermeld:

Lees het verhaal van Léon Weslij op de website van Ben Savelkoul, klik op Léon Weslij


Marcel Le Chantre

Op 2 september 1944 werden in Belgisch Eisden (bij Maasmechelen) twee gewapende verzetsmannen door de zich terugtrekkende bezetter aangehouden. Het waren leden van de Witte Brigade, te weten: Parra en Le Chantre. Het stoffelijk overschot van Parra werd enkele dagen later in Eisden teruggevonden. Marcel Le Chantre werd in Voerendaal gefusilleerd en op het kerkhof aldaar begraven. Enkele maanden nadien werd hij herbegraven in Eisden. De Voerendaler Grêt Schreijen was in september 1944 als 16-jarige jongen de laatste burger die Le Chantre in levenden lijve heeft gezien.
Marcel Le Chantre werd vlak bij de groeve van Arnold Schunck op de Kunderberg door de Duitsers geëxecuteerd. Ter nagedachtenis aan hem werd er een monument opgericht op de plek waar de executie plaats vond. Een ijzeren kruis op een sokkel van kunradersteen afgedekt met baksteen.
(klik op de foto hier beneden)

De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van Grêt Schreijen te Voerendaal.

(Hier in 2014 naast het gedenkteken)





Een plaquette vermeld de gebeurtenis:



De schrijfwijze "Eysden" op de plaquette zou moeten zijn "Eisden"


Lees het verhaal van Marcel Le Chantre op de website van Ben Savelkoul, klik op Marcel Le Chantre


Lees ook het uitgebreide verslag over het verzet in Voerendaal, klik op Verzet in Voerendaal