Huis Cunraedt




Van het Huis Cunraedt of Kunderhoes is niets meer te vinden, het kasteel is verdwenen. We weten waar het precies heeft gelegen. Komende vanaf Heerlen gaan we bij de rotonde rechtsaf de Grachtstraat in en dan de eerste straat links. In die nieuwbouwwijk, waarschijnlijk waar nu 'Herderstasje' ligt, heeft ooit het Kunderhuis gestaan. Op de plek zelf is niets meer terug te vinden dat nog aan dit adellijk huis herinnert. De straatnaam "Grachtstraat" is wellicht het enige dat er nog naar verwijst. De straat heeft zijn naam waarschijnlijk te danken aan de grachten die dit kasteel ooit omgaven. Het Kunderhuis is een van de vier verdwenen kastelen van Voerendaal.

Een visitatieverslag uit 1698 1)
Op 15 oktober 1698 brachten de Heerlense schepenen Willem van der Roer en Willem Fransen een bezoek aan 'den Adelijcken Huijse van Cunraedt'.
Hun bezoek geschiedde op uitnodiging van Michiel Meijs, de nieuwe pachter van het Kunderhuis. Michiel Meijs, die was gehuwd met Maria ŕ Campo, had beide heren uitgenodigd met de bedoeling het hele kasteelcomplex te laten inspecteren en van die inspectie een schriftelijk verslag te laten maken. Uit dat verslag moest duidelijk worden in welke staat Michiel Meijs 'den voorhuijse, hoff, stallingen als andersints' bij aanvang van zijn pacht had aangetroffen. Namens de pachtheer werd de visitatie bijgewoond door de rentmeester, de pastoor van Saint Filain uit Aken.
Michiel Meijs had dit verslag nodig 'om bij afftreck niet te geraecken in dispuijt met sijnen Heerschappe'. Met andere woorden, de nieuwe pachter wilde niet het risico lopen dat bij beëindiging van de pacht en zijn vertrek uit het Kunderhuis zijn pachtheer hem ten onrechte zou beschuldigen van verwaarlozing en/of beschadiging van de op het kasteelcomplex aanwezige bouwwerken.

Samenstelling van het kasteelcomplex 1)
Uit het visitatieverslag blijkt dat het Kunderhuis in 1698 bestond uit een huis, aangeduid als 'Casteel', een 'hoverhuijs' en nog een aantal stallen. Met het 'hoverhuijs' werd de pachthoeve bedoeld die zich in de voorburcht bevond. Naast de pachthoeve bevonden zich nog een grote stal en een 'Schaepsstalleken'. Terzijde van het huis stonden nog drie varkensstallen.
In de pachthoeve bevonden zich de woning van de pachter, een koeienstal, een schuur, een schuurtje 'schop' en een paardenstal. De pachthoeve had een poortgebouw. Verder was er nog een bakhuis. Van het huis zelf werden de volgende onderdelen vermeld: de zolders, de trappen naar de zolders, de keuken en een salet met een zolder erboven, twee stallen en een uitbouw die het 'affbehanck' werd genoemd. Boven de twee stallen waren eveneens zolders. Naast het salet waren er op de begane grond nog 'andere onderkamerkens'. Verder had het huis een ingang en een valbrug die doorliep tot aan de keuken.

Huis zonder adellijke bewoners 1)
Het Kunderhuis stond er in 1698, ondanks de in de voorafgaande jaren verrichte reparaties, slecht bij. De belangrijkste verklaring daarvoor is dat het toen niet meer door zijn adellijke bezitters, tevens de pachtheren, werd bewoond. Dat het Kunderhuis ooit adellijke bewoners heeft gehad, staat vast. Maar deze moeten dan het Kunderhuis toch al ruim vóór 1698 hebben verlaten. Het adellijk geslacht van Schaesberg was lange tijd eigenaar van het huis Cunraedt. De laatste adellijke eigenaren, 'Baronesse Douaričre van Bourdscheid geboore Baronesse van Hompesch Vrouwe van Merodtgen Pattern en Bullisheijm' en 'Johan Wilhelm Vrijheere van Bourdscheijd Dom Heere tot Munster Heere van Merodtgen Pattern' verkochten het goed in 1760 aan Sybille Heuts en haar kinderen. Sybille Heuts was de weduwe van Michiel Meys die in 1747 was overleden. De overleden Michiel Meys was de zoon van de eerder genoemd Michiel Meys die in 1698 het Kunderhuis liet visiteren.
Voor zijn overlijden, op 20 januari 1746, had Michiel Meys samen met zijn echtgenote Sybille Heuts zijn testament opgesteld. Dat deed hij 'te bedde liggende aan eene langduijrende ziekte'. Het echtpaar Meys-Heuts had twee dochters, Maria Elisabeth en Maria Catharina. Maria Catharina was in 1759 gehuwd met Leonard Hennen uit Bingelrade.
Wat in 1760 van de adellijke familie werd gekocht was ´den Winhof genaemt het Cunderhuijs met alle daaraen gehoorende weijden, Beemden Gaarden Bosch en Landerijen Regt en geregtigheeden inkommenden pagten Chijnsen en andersints´. Wat werd gekocht was dus de pachthoeve van het Kunderhuis. Over de adellijke woning of het kasteel werd in 1760 niet meer gesproken.

Archeologisch Onderzoek 1)
Archeologisch onderzoek gedaan in 1986 onthuld iets over het verdwenen kasteel. Het kasteel bestond uit een vrijstaand rechthoekig huis, dat aan de westzijde direct uit de gracht oprees. De eerste bouwfase van het huis moet hebben bestaan uit een enigszins vierkant gebouw van 15 bij 15 meter. Aan de noordwestzijde van het huis stond een kleine vierkante toren. Het gebruikte bouwmateriaal bestond uit brokken Kunrader kalksteen. In een latere fase moet op de oude fundering een gebouw van mergel zijn neergezet. Voor het huis lag een U-vormige voorburcht, waarin de hoeve was gevestigd. Het hele complex lag dicht bij de Hongerbeek en was omgeven door grachten. Het huis was door een gracht gescheiden van de voorburcht.
1) Bron: Mijnstreek 2019 nummer 1. Artikel "Over de bouwgeschiedenis van het Kunderhuis".
Auteur Frans Gerards pagina's 10 t/m 16.

De kadasterkaart van 1840
Op de kadasterkaart in de rechterkolom is het complex duidelijk ingetekend. De destijds uitgetekende kadasterkaarten waren uiterst betrouwbaar. Vergelijkingen met huidige stratenplannen komen een-op-een overeen. Daarom kunnen we stellen dat er sinds de visitatie in 1698 in 1840 veel is veranderd, gedempte grachten en verdwenen bouwwerken.

Uit de aanwijzende tafels van de kadastrale kaart sectie B van 12 november 1840 kunnen we aflezen wie eigenaar was van het huis Cunraedt. Hieruit blijkt dat het complex was gedeeld, zowel het huis als de bijgebouwen, vijvers en bij behorende grond. Een deel was eigendom van Henricus Josephus Hennen Die zijn deel geërft had van zijn vader Leonardus Hennen. Leonardus Hennen had het goed in handen gekregen door zijn huwelijk op 10 juni 1759 met Maria Catharina Meijs, het was haar ouderlijk huis.

Het andere deel behoorde toe aan Johan Willem Jozef Geilenkircken (in de aanwijzende tafels; Jan Willem Geelekerken). Detail: zijn dochter Johanna Maria Josepha huwde op 23 december 1853 te Voerendaal met Johan Michael Meijs. Jan of Johan Willem Geilenkircken werd geboren uit het huwelijk met Johan Willem Gelenkerken en Maria Petronella Martens. Zijn ouders hadden geen connecties met Voerendaal. Zijn vader kwam uit Hulsberg en zijn moeder uit Heerlen. Hun dochter Maria Petronella Josepha Gelekerken, huwde 5 mei 1858 met Hubert Frederik Hennen. Er is dus een aantoonbare relatie tussen de families Meijs, Hennen en Geilenkircken.

De verdeling van het goed onder Hennen en Geilenkircken moet in harmonie zijn gebeurt. Waarschijnlijk bij de verdeling van de erfenis. Het huis wordt van west naar oost in tweeën gesplitst. De overige bezittingen zijn om en om dan weer van Hennen, dan weer van Geilenkircken. Er moet een goede verstandhouding hebben bestaan tussen Hennen en Geilenkircken. Geilenkircken moet over het grondgebied van Hennen Om zijn huis, hoeve en landerijen te bereiken. Omgekeerd geldt dit, hoewel in mindere mate voor Hennen.
De aanwijzende tafels vermelden ook nog het beroep van beide heren. Geilenkircken is landbouwer en opvallend, Henricus Josephus Hennen is 'horlogiemaker' (klokkenmaker).


Groen = Geilenkircken
Geel = Hennen
Grachten zijn gedempt, de voorhoeve gesloopt en herbouwd, dichter op het huis. Hommerich en Welters schrijven in het "Gedenkboek Voerendaal 1049-1949" op pagina 58:

"Het trotse kasteel van weleer heeft een roemloos einde gevonden, niets is er meer van over. Uit de ruïnen werd een groot huis opgetrokken met veel vertrekken, dat een tijdlang gediend heeft tot huurkazerne".

De foto's van rond 1950/1960 laten de huurkazerne zien. Mogelijk zijn na de aankoop door Sybilla Meijs-Heuts de restanten van het kasteel gesloopt en is er op de fundering van het kasteel een nieuwe woning gebouwd die toch enige status uitstraalde hetgeen we van de foto's kunnen afleiden.
De liging van het kasteel en gracht was daar waar nu een grasheuvel wordt omsloten door de straatnaam Duizendblad. De hoeve lag op de plek waar nu de straatnaam Kamille is.




Meer informatie over de kastelen van Voerendaal?
Kies hier beneden het kasteel.




Huurkazerne

Vroeger lag aan de minghof een oud gebouw. Het stond net als het Freuleshoes bekend als huurkazerne. Mensen die een tijdelijk onderkomen zochten konden daar terecht. Volgens L. van Hommerich en F. Welters, is dit gebouw opgetrokken van restanten van het voormalige Huis Cunraedt.


Achter aanzicht van gebouw aan de vroegere Minghof


Voor aanzicht, het moet ooit een statig huis zijn geweest.
Zeker is dat dit huis op de fundering van het voormalig kasteel Huis Cunraedt stond.



Kadasterkaart uit 1840

Luchtfoto uit 1968
(Klik op de foto voor een groter exemplaar)